Het recept als vertaling.
Reflectie over recepten als overgeleverde kennis, koken als interpretatie, en de stem die je dichtbij wil houden.
“Een vertaling die trouw wil zijn aan de betekenis, moet losser omgaan met de woorden. Een vertaling die trouw wil zijn aan de woorden, verliest de betekenis.”
Elk jaar, ergens begin november, haal ik een klein, vergeeld blaadje tevoorschijn. Handgeschreven. Mijn handschrift, maar niet mijn woorden. Het zijn de woorden van mijn opa, zoals ik ze ooit uitschreef terwijl hij naast me stond in zijn keuken en instructies gaf op de toon van iemand die geen twijfel duldt. Bloem. Gist. Lauwe melk. En dan die ene zin die ik niet heb opgeschreven omdat ik dacht dat ik hem nooit zou vergeten: “Je voelt wel wanneer het goed is.”
Hij is er niet meer. Het blaadje wel. En elke november bak ik zijn wafels.
De taak van de vertaler.
De Duitse filosoof Walter Benjamin schreef in 1923 een essay over vertaling, met als centrale stelling: een goede vertaling is niet het woord voor woord omzetten van een tekst. Dat levert in het beste geval een kopie op, in het slechtste geval een karikatuur. Een echte vertaling wil trouw zijn aan de geest van het origineel, aan wat de tekst wil zeggen en niet aan wat hij letterlijk zegt. Dat vraagt iets van de vertaler. Begrip, verbeelding, de moed om los te laten.
Ik denk dat recepten precies hetzelfde vragen. Elk recept is een poging om kennis over te dragen die eigenlijk niet in woorden past. Hoe zacht is ‘zacht’? Hoe heet is het vuur op ‘middelhoog’? Hoeveel is ‘een scheutje’? Een goede kok weet het. Niet omdat hij de instructie uit het hoofd kent, maar omdat hij de geest ervan heeft begrepen. Omdat hij voelt wanneer het goed is.
Wat we verliezen als recepten instructies worden.
Het heel precies volgen van recepten heeft mij nooit echt gelegen. Rebels kantje? Eerder intuïtieve kok? Ik weet het niet. In een recept lijkt alles precies te moeten zijn. Grammen, minuten, temperaturen tot op de graad nauwkeurig. En ik begrijp het wel, precisie geeft houvast, zeker voor wie nog aan het leren is. Maar in die precisie gaat ook iets verloren: het gesprek.
Het ouderwetse recept was geen instructie, het was een overlevering. Mijn papa die zei: “doe er net zoveel melk bij tot de consistentie goed zit”, gaf mij geen handleiding voor het bakken van zijn legendarische pannenkoeken. Hij gaf mij zijn handen en zijn jaren. Hij vroeg mij om te leren voelen wat hij al lang wist. Kijken en leren. Een kom bloem, een eitje in het midden, roeren met de garde en melk toevoegen tot het goed is. Dat ik nog steeds geen idee heb wat de precieze verhoudingen zijn (mijn papa zelf uiteraard ook niet) en dat ik bloem, melk en ei mix op het gevoel: het heeft bij mijn huisgenoten al voor menig gerol met de ogen gezorgd. Maar laat ons eerlijk zijn: de pannenkoeken worden wél gesmaakt.
Benjamin noemde dit de ‘naschijn’ van het origineel, de echo die blijft klinken in een goede vertaling. In een levend recept is die echo de stem van de maker. Je proeft hem. Je herkent hem. Zelfs als hij er niet meer is.
Koken als gesprek met de maker.
Elk jaar begin november staat het wafelijzer van mijn opa dus op het aanrecht. Ik haal het blaadje boven. Ik ken de stappen ondertussen uit mijn hoofd, maar ik lees ze toch, want dat is ook een deel van het ritueel. Mijn handschrift, zijn stem. Ik begin eraan. En ergens in dat proces, bij het kloppen van de eieren, of de geur die door de keuken trekt, voel ik zijn warme aanwezigheid. Zijn trots als ze goed zijn. Zijn kordate commentaar als de kleur nét niet goed zit. Het geluid van zijn lachen. De gezelligheid van zijn keuken. De familie rond de tafel.
Dat is wat Benjamin bedoelt met trouw aan de geest. Ik bak niet zijn wafels om ze perfect na te maken. Ik bak ze om het gesprek voort te zetten. Om zijn kennis en zijn aanwezigheid levend te houden in mijn handen. Om te vertalen wat hij mij ooit leerde: je voelt wel wanneer het goed is.
Het recept dat jij draagt.
Bijna iedereen draagt zo’n recept met zich mee. Soms op papier, soms in woorden, soms gewoon in je handelen. In de manier waarop je roert, in de hoeveelheden die je schat zonder te meten, in de geur waarop je weet dat het tijd is. Het zijn de recepten die je niet hebt geleerd maar gekregen. Van een ouder, een oma, een buur, een vriendin die kookte terwijl ze vertelde en jou zonder het te weten meenam in haar kunst.
Die recepten zijn kwetsbaar, ze sterven met de mensen die ze kennen. Aan ons om de geest ervan levend te houden. En er onderweg gerust iets van onszelf in te doen.
Benjamin schreef dat de taak van de vertaler nooit af is. De tekst blijft leven, de taal verandert, en elke generatie moet opnieuw vertalen. Zo ook met recepten. Wij zijn de vertalers van wat ons werd doorgegeven. En ooit geven wij het door, met onze handen, onze aanpassingen, onze stem erin gevlochten.
Hoe schoon is dat?
Geschreven door Binke Hoeken, voedingsdeskundige en filosoof.
Bracht deze tekst jou iets? Laat mij weten wat je ervan vond, deel hem met iemand of schrijf je in op mijn nieuwsbrief om op de hoogte te blijven.