Dankzij mijn lichaam heb ik een wereld.

Reflectie over de wereld ervaren, vervreemding en belichaamde weerstand.

Le corps est notre moyen général d’avoir un monde.
— Maurice Merleau-Ponty

Ik open deze blog met woorden van de Franse filosoof Maurice Merleau-Ponty. Die klinken abstract, maar eigenlijk zijn ze heel concreet. We hebben geen lichaam zoals we een jas hebben. We zijn een lichaam. En via dat lichaam hebben we toegang tot alles wat we wereld noemen.

Het lichaam als object.

In veel denken over gezondheid en voeding wordt het lichaam behandeld als een object. Iets dat beheerd, gemeten en bijgestuurd moet worden. Alsof er ergens een innerlijke bestuurder zit die aan de knoppen draait, en het lichaam moet volgen. Merleau-Ponty draait die blik om. Het lichaam is geen object in de wereld. Het lichaam is datgene waardoor de wereld aan ons verschijnt. Ik ervaar ruimte omdat mijn lichaam zich oriënteert. Ik ervaar nabijheid en afstand omdat mijn lichaam zich verhoudt. Ik ervaar honger, verzadiging, aanraking, vermoeidheid. Niet als een idee, maar als belichaamde werkelijkheid.

Hij spreekt over het geleefde lichaam: het lichaam zoals we het ervaren van binnenuit. Dat lichaam is ons perspectief, onze richting, onze mogelijkheid om te handelen. Onze gevoeligheid en onze kwetsbaarheid. Zonder lichaam geen hier of daar. Geen nu of straks. Geen betekenis. Geen wereld. Hij zegt niet dat het lichaam ons middel is om de wereld te zien. Hij zegt dat het ons middel is om een wereld te hebben. De wereld is dus niet neutraal. Ze verschijnt altijd vanuit een belichaamd standpunt. Jouw lichaam kleurt hoe de wereld zich toont. Een ander lichaam betekent een andere wereld.

Vervreemding.

Als ons lichaam het middel is om een wereld te hebben, dan is het onderdrukken, negeren of wantrouwen ervan niet onschuldig. Het is een vorm van vervreemding. We leren kijken naar ons lichaam van buitenaf. We leren het beoordelen, optimaliseren, corrigeren. We leren regels volgen in plaats van signalen. We leren denken: Hoe krijg ik mijn lichaam onder controle? Maar vragen zelden: Wat vertelt mijn lichaam mij over mijn wereld? Intuïtief eten is daarom niet zomaar een manier van eten. Het is een existentiële verschuiving. Van controle naar relatie. Van beheersing naar luisteren. Van wantrouwen naar betrokkenheid.

Eten is geen puur cognitief proces. Het is een belichaamde ervaring. Wanneer we eten vanuit externe regels (met schuld en schaamte als gratis bijgerecht) bevestigen we de blik van buitenaf. Wanneer we luisteren naar honger, smaak, verzadiging en behoefte, herstellen we het lichaam als subject. Niet iets dat beheerst moet worden. Wel iets dat weet.

Intuïtief eten als belichaamd verzet.

Intuïtief eten wordt dan een vorm van belichaamd verzet. Tegen vervreemding. Tegen het idee dat ons lichaam bewaakt moet worden. Tegen de overtuiging dat waarde afhangt van beheersing. Het eist bewegingsvrijheid terug.

Het zijn snel gesproken woorden: vertrek vanuit je lichaam. Maar vraagt dat geen vertrouwen, liefde, acceptatie? Wat als die er (nog) niet zijn? Wat als je lichaam jarenlang een plek van strijd was? Dan klinkt dit als een onmogelijke keuze en moeten we ze anders formuleren. Vertrouwen, liefde en acceptatie zijn geen startpunt. Ze zijn een gevolg. Respect is wel een keuze en kan op zichzelf bestaan. Respect kan eruitzien als omarming. Erkennen wat er nu is, variatie en verandering observeren. Geen ideaalbeeld, wel realiteit. Respect kan eruitzien als dankbaarheid. Zien wat het lichaam mogelijk maakt. Bewegen, voelen, denken, dragen. Meer dan een uiterlijk. Respect kan eruitzien als bescherming. Zorg dragen omdat het waarde heeft. Grenzen respecteren, voeden, rusten. Inzetten op verbinding met het lichaam. Vertrouwen, liefde en acceptatie groeien uit de herhaling van deze bewegingen, niet omgekeerd.

Wandelen als oefening in belichaamd zijn.

Voor mij komen veel van deze ideeën samen in wandelen. Liefst in de bergen, maar een veldweg mag ook. Ik wandel om mijn lichaam in beweging te brengen. Ik wandel om te ervaren via mijn lichaam: energie, vermoeidheid, spierpijn, honger, dorst, wind, zon, uitzicht. Via mijn lichaam ervaar ik mijn wereld. Dankzij mijn lichaam heb ik een wereld. Vanuit die ervaring groeit dankbaarheid. En vanuit dankbaarheid wordt omarming logischer, bescherming vanzelfsprekender. Ik wandel ook om te denken. Via mijn benen kom ik bij mijn hoofd. Beweging maakt ruimte. Wandelen is voor mij een oefening in belichaamd zijn. Een tegengewicht tegen de neiging om in mijn hoofd te gaan wonen.

Mijn vraag voor jou.

Welke vorm neemt lichamelijke vervreemding in jouw wereld aan? En wat zou een beweging van respect kunnen zijn?

Geschreven door Binke Hoeken, voedingsdeskundige en filosoof.

Bracht deze tekst jou iets? Laat mij weten wat je ervan vond, deel hem met iemand of schrijf je in op mijn nieuwsbrief om op de hoogte te blijven.

Vorige
Vorige

Het geschenk en de dienaar.

Volgende
Volgende

Stoeltje 17.